Skip to main content

Kinderen met een gedetineerde moeder hebben een sterk verhoogd risico om in de toekomst zelf crimineel gedrag te vertonen. Betere Start is een opvoedtraining voor (ex-)gedetineerde moeders om gedragsproblemen bij hun twee- tot tienjarige kinderen te voorkomen. Deze training heeft effect op zowel het opvoedingsgedrag door moeders als op gedragsproblemen bij hun kinderen, blijkt uit onderzoek. De training is voor moeders tijdens de laatste fase van detentie en in de eerste fase daarna. De Dienst Justitiële Inrichtingen biedt halfjaarlijks de training aan, die te vinden is in de Databank Effectieve Jeugdinterventies. Betere Start is voor moeders met jonge kinderen die een concreet perspectief hebben om na detentie weer primaire opvoeder te worden. De training bestaat uit 14 wekelijkse groepssessies en vier individuele huisbezoeken. 

Onderzoek van Ankie Menting en Bram Orobio de Castro toont aan dat de resultaten van Betere Start veelbelovend zijn. Er werden op korte termijn substantiële effecten gevonden in een moeilijk te bereiken risicogroep. Daarnaast laat internationaal onderzoek zien dat interventies gericht op opvoedvaardigheden effectief zijn in het verminderen van probleemgedrag. Deze interventies kunnen tevens probleemgedrag voorkomen. Vroege interventieprogramma’s geven effect tot in de volwassenheid. Hierdoor bieden vroegtijdige verbetering van opvoedvaardigheden ook bescherming tegen het verhoogde risico op criminaliteit bij kinderen van (ex-)gedetineerde moeders . Tevens is er kans op andere positieve effecten.

Positieve effecten van ‘Betere Start’

In recent gepubliceerd onderzoek zijn voor het eerst gunstige lange termijneffecten aangetoond tot maximaal 10 jaar na deze interventie. Ankie Menting, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Utrecht, en Bram Orobio de Castro, hoogleraar Orthopedagogiek aan de UvA, onderzoeken deze lange termijneffecten van de interventie.  Ze vonden een gunstig effect van de interventie op het delinquente gedrag van de kinderen, én van de deelnemende moeders. 

Inmiddels is er ook een studie uitgevoerd naar de resultaten van de interventie bij implementatie in de dagelijkse praktijk. In een studie over vijf jaar werden 122 moeders en 186 kinderen gevolgd. De resultaten tonen aan dat het mogelijk is deze doelgroep te bereiken, te ondersteunen en positieve veranderingen te realiseren in opvoedvaardigheden en het gedrag van kinderen. Deze bevindingen benadrukken het belang van aandacht voor kinderen met een moeder in detentie en het bieden van interventies in de praktijk. De onderzoekers concluderen onder andere, dat het hoopgevend is voor de praktijk, dat een doelgroep die moeilijk te bereiken lijkt, bereikt kan worden en dat we uit moeten kijken dat de aannames van professionals dat de gezinnen moeilijk bereikbaar zijn, hen van broodnodige hulp onthoudt. Het artikel is gratis te lezen op de website van Jeugd in ontwikkeling.