Het expertisecentrum K I N D heeft recent een meta-analyse naar de literatuur aangaande gedetineerde vaders en hun kinderen afgerond. Het doel van deze analyse is beschrijven wat we al internationaal en nationaal weten over gedetineerde vaders en hun kinderen en welke wetenschappelijke trends er waarneembaar zijn. Op basis van duidelijk afgebakende zoekcriteria zochten we naar empirische studies in internationale databanken, Nederlandse databases, specifieke vakbladen, online bibliotheken van diverse kennisinstituten en websites van diverse organisaties. We zochten hier naar literatuur gepubliceerd tussen 2000 en 2020.

Studies in binnen- en buitenland

De specifieke zoekcriteria leverden 278 internationale studies op. In Nederland blijken 20 empirische studies voorhanden te zijn. Indien we kijken naar de aard van deze studies, valt op dat de meeste studies cijfermatig van aard zijn. Ook richten nagenoeg al deze onderzoeken zich op de mogelijke negatieve gevolgen van vaderdetentie op de ontwikkeling of leefsituatie van het kind. Onderzoek naar intergenerationele overdracht van criminaliteit blijkt zowel in binnen- als buitenland het vaakst voor te komen.

Kijken we specifiek naar de Nederlandse situatie, dan concluderen we dat de wetenschappelijk kennis over veroordeelde vaders en hun kinderen zeer beperkt is. Het onderzoek dat beschikbaar is, gaat overwegend over vaders in voorlopige hechtenis en hun kinderen of zijn cijfermatige analyses van reeds bestaande datasets. Ook zijn er, voor zover ons bekend, geen empirische studies voorhanden waar rechtstreeks met kinderen van veroordeelde vaders gesproken is of die geobserveerd zijn. Tot slot, Nederlands onderzoek naar factoren die beschermend of bevorderend zijn voor vaders en hun kinderen lijkt te ontbreken.

Onderzoek is noodzakelijk

Het expertisecentrum K I N D vindt het belangrijk dat er meer onderzoek verricht wordt waarbij het kind centraal staat. Onderzoek dat zich richt op vragen zoals: Wat kenmerkt kinderen van gedetineerde vaders? Wat kenmerkt een gedetineerde vader? Welke betekenis krijgt hun onderlinge relatie volgens het kind en de gedetineerde vader? Welke factoren (negatief/positief) zijn van invloed zijn op hun onderlinge relatie? Wat zijn mogelijke beschermende of bevorderende factoren? En wat zeggen kinderen zelf over de ongunstige omstandigheid die detentie heet?

Het antwoord op bovenstaande vragen is noodzakelijk. We willen effectieve interventies ontwikkelen om de vader-kindrelatie te behouden of te herstellen. In dit licht is het uiterst belangrijk om in gesprek met gedetineerde vaders en ook met het kind te onderzoeken wat hun noden, behoeften en krachten zijn.

In de volgende nieuwsbrief zal K I N D toelichten hoe wij in een vijfjarige studie hiermee aan de slag gaat.

NB: Deze meta-analyse is enkel gericht op literatuur over gedetineerde vaders en hun kinderen. Op een ander moment besteden we aandacht aan wat we weten over gedetineerde moeders en hun kinderen.

Door Angela Verhagen, docent-onderzoeker Avans Hogeschool en verbonden aan Expertisecentrum K I N D